Voorwoord: De Echo van de Garagedeur

In de schemering van een winterdag in 1973, bij de wit-gele garagedeur van Beatrixpark 12, stortte mijn wereld in met de woorden “je vader is dood”. Als 16-jarige jongen, derde in een nest van negen, voelde ik de kou van verlies als een blauwe sluier over mijn geboorte – een metafoor voor het leven dat me altijd een stap voor leek te zijn. Dit boek is mijn reis: van de drukke energie van een eigenwijze pukkie tot de vrije zweefvluchten boven Franse velden. Het is een eerbetoon aan mijn vader, de kleine reus “de Puk”, wiens lengte geen maat was voor zijn hart. Door rouw, relaties en risico’s heen, leerde ik dat na regen zonneschijn komt – en dat bindingsangst een schaduw is van vroeg gemis. Met excuses aan wie ik teleurstelde, en dank aan wie me droeg, deel ik dit: een leven vol wonderen, zoals de geboortes van mijn kinderen, en mirakels, zoals overleven van een val in teer. Laten we zweven.

Translate »
Scroll naar boven