Zweefvliegen – van Brüggen tot Down Under

Zweefvliegen – van Brüggen tot Down Under

Bijna veertig jaar lucht, hout, thermiek, mensen en verhalen.

Thomas op Benalla airfield na zijn eerste zweefvlucht daar

Zweefvliegen is voor mij nooit alleen een sport geweest. Het is stilte en concentratie, leren kijken naar wolken en landschap, techniek en geschiedenis, maar vooral ook een wereldwijde familie. Waar ik ook kom – Nederland, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Tsjechië of Australië – op een zweefvliegveld duurt het meestal maar een paar minuten voordat je met mensen praat alsof je elkaar al jaren kent.

Mijn verhaal begon in 1987 en loopt nog steeds door. Inmiddels vlieg ik in Australië met een Australische GPC, ben ik actief bij Benalla, Geelong en Lake Keepit, help ik bij het Australian Gliding Museum en schrijf ik over bijzondere oude zweefvliegtuigen. En ergens in Europa staat nog steeds de kist waar mijn hart het snelst van gaat kloppen: mijn Ka 6 CR, PH-316, wedstrijdnummer 50.

1987 – omhoog kijken bij RAF Brüggen

RAF Brüggen, waar Thomas in 1987 met zweefvliegen begon

Ik werkte in Duitsland en kwam regelmatig op RAF Brüggen, de thuisbasis van Tornado’s. Voor mijn werk haalde ik er vloeibare stikstof. Op een dag keek ik omhoog en zag boven al dat militaire geweld iets totaal anders: zweefvliegtuigen. Stil, sierlijk en bijna kwetsbaar. Ik dacht: dat wil ik ook eens proberen.

11 juli 1987 maakte ik, dertig jaar oud, mijn eerste start in een ASK 21 met instructeur Wilson. Tien minuten maar, maar lang genoeg om iets te beginnen wat nooit meer helemaal is weggegaan. Bij mijn elfde vlucht, in april 1988, stond op mijn kaart: “Take off & landing good.”

Captain Bob Brownlow, zelf Tornado-piloot, liet me al vroeg kennismaken met aerobatics. Na een lierstart tot ongeveer 350 meter maakten we drie loopings en na de derde gingen we vrijwel rechtstreeks terug naar het veld. Ik vond het fantastisch. Achteraf besef je hoeveel je in die beginperiode nog niet weet – en hoeveel vertrouwen je in een goede instructeur legt.

Een vroege les over veiligheid

Kort na mijn eerste vluchten werd de club getroffen door een dodelijk ongeval. Sue Cavener, een jonge en getalenteerde Britse piloot van Phoenix Gliding Club, kwam op 16 augustus 1987 om tijdens een wedstrijdvlucht. Dat maakte grote indruk. Wie lang genoeg in de luchtvaart rondloopt, leert dat schoonheid en risico naast elkaar bestaan. Voor mij werd veiligheid daardoor nooit iets abstracts: goede checks, discipline en de bereidheid om een vlucht af te breken horen net zo goed bij zweefvliegen als thermiek en mooie vergezichten.

Seedorf, Venlo en mijn eerste brevetten

Ka 7, een van de opleidingstoestellen uit de vroege zweefvliegjaren

Door mijn militaire loopbaan verhuisde ook het zweefvliegen mee. Op 4 mei 1989 maakte ik bij De Griffioen in Seedorf mijn twaalfde start, in een Ka 7 met Herr Kurre. Op 17 juni 1990 behaalde ik mijn Duitse Segelflugschein. In 1992 werd dat een Nederlands GPL en in 2015 een EASA Sailplane Pilot Licence.

Herr Kurre was zelf een stukje levende luchtvaartgeschiedenis. Hij vertelde dat hij in de Tweede Wereldoorlog met de DFS 230 had gevlogen en liet mij ooit een oud zweefvliegbewijs zien uit die tijd. Ook Gert König, een jonge en begaafde instructeur, heeft mij veel geleerd. Ik werd al snel penningmeester van de club en met een kleine harde kern organiseerden we vliegkampen. Mijn broer Bas deed mee en ging na drie weken solo.

ASK 18, een klassieke eenzitter waarop Thomas vroeg solo vloog

Na mijn eerste solostarts op de ASK 13 mocht ik de ASK 18 vliegen. Destijds zag ik het vooral als de volgende kist in de rij. Nu kijk ik met veel meer waardering naar zulke eenvoudige, eerlijke houten zweefvliegtuigen.

Clubs, landen en een vliegende familie

Door de jaren heen vloog ik bij of vanuit onder andere Phoenix Gliding Club Brüggen, De Griffioen in Seedorf, Venlo, LSV Grenzland, VHZ, Terlet en verschillende vintage bijeenkomsten in Europa. In Frankrijk vloog ik met Mélinda bij de club in de omgeving van Roanne en Vichy. Tegenwoordig ligt een belangrijk deel van mijn zweefvliegleven in Australië: Benalla, Geelong en Lake Keepit.

Vintage rallies zijn voor mij een hoogtepunt. Je komt met oude houten en vroege kunststof zweefvliegtuigen op velden door heel Europa, vliegt samen, sleutelt samen en praat tot laat door over vliegtuigen die soms ouder zijn dan hun piloten. Het Vintage Glider Club-circuit voelt als een rondreizend circus – in de beste betekenis van het woord.

Arnborg 2026 – oude kisten, nieuwe herinneringen

In de zomer van 2026 was ik bij de internationale VGC-bijeenkomst in Arnborg, Denemarken. Daar maakte ik onder andere een autostart met de prachtige oldtimer Hol’s der Teufel. Mélinda vloog er mee in een ASK 13. Dat zijn voor mij precies de momenten waarop generaties samenkomen: oude techniek, jonge piloten en een veld vol mensen die dezelfde vreemde liefde voor stille vliegtuigen delen.

Mijn Ka 6 CR – PH-316, nummer 50

Thomas met zijn Schleicher Ka 6 CR PH-316 bij Hosin in Tsjechië

Mijn favoriete kist is de Schleicher Ka 6 CR, PH-316, wedstrijdnummer 50. Hout, doek, eenvoudige instrumenten en een vliegtuig dat precies laat voelen wat de lucht doet. Bij Hosín in Tsjechië vloog ik er bijna acht uur mee – zo’n dag waarop tijd ophoudt te bestaan.

De Ka 6 heeft een eigen technisch verhaal: jaarlijkse inspecties, onderhoud, documentatie, luchtwaardigheid, transponder, PowerFLARM, radio en een 12V lithiumaccu. Dat hoort er allemaal bij. Wie een klassieker bezit, koopt niet alleen een vliegtuig maar ook een verantwoordelijkheid om hem goed en veilig vliegend te houden.

Lake Keepit – de Australische lucht leren kennen

Vliegen met de Twin Astir bij Lake Keepit in Australië

Lake Keepit was mijn eerste echte kennismaking met groots Australisch zweefvliegen. In de Twin Astir vloog ik er meerdere lange PIC-vluchten, samen ongeveer vijftien uur. Op sterke dagen kwam ik rond 12.000 feet. Dat is een andere schaal dan veel dagen in Nederland: grote afstanden, hoge basis en heel veel lucht om te lezen.

2026 – opnieuw beginnen in Australië, maar niet vanaf nul

Na mijn verhuizing Down Under moest mijn Europese ervaring in het Australische systeem worden ingepast. Op 16 augustus 2026 maakte ik bij Benalla een checkvlucht in de ASK 21 met Level 2-instructeur Garry Cropley. Bij Geelong volgden vluchten op de ASK 13: eerst dual, daarna solo. Op 23 augustus stond er weer een solo van 21 minuten in het logboek en twee dagen later nog twee solovluchten van ongeveer 25 minuten.

Met hulp van mensen binnen Gliding Australia, waaronder David Boulter, werd mijn Europese SPL beoordeeld. Op 8 september 2026 werd mijn Australische GPC toegekend. Ook mijn Radiotelephone Operators Endorsement werd actief. Na tientallen jaren vliegen was ik dus opnieuw officieel ‘nieuw’ in een systeem – en tegelijk bracht ik al die jaren ervaring gewoon mee.

Benalla

Mijn belangrijkste basis in Victoria: grote historie, competitiecultuur, cross-country mogelijkheden en een club waar ik steeds meer mensen leer kennen.

Geelong

Hier vloog ik in 2026 weer de ASK 13 solo. Een fijne club om current te blijven en onderdeel te zijn van de dagelijkse cluboperatie.

Lake Keepit

Mijn plek voor langere Australische vluchten en om opnieuw ervaring op te bouwen met thermiek en afstanden in het binnenland.
Lees verder: Zweefvliegen Down Under →

Het Australian Gliding Museum – waar geschiedenis weer dichtbij komt

In Australië kwam nog een ander deel van mijn zweefvliegleven terug: de historie. Ik ben betrokken bij het Australian Gliding Museum in Parwan en probeer er regelmatig mee te helpen. Voor mij is dat geen verzameling dode vliegtuigen. Elk toestel vertegenwoordigt ontwerpers, bouwers, clubs, wedstrijden en piloten.

Een bijzonder toeval is de FS-24 Phönix T, PH-949. Ik vloog met dit type tijdens de Vintage Glider Club-bijeenkomst in Tibenham in 2000. Jaren later kom je in Australië en blijkt juist zo’n Phönix onderdeel te zijn van de museumwereld daar. Soms maakt zweefvliegen cirkels waar je tientallen jaren over doet.

ES-65 Platypus – een Australische eigenzinnigheid

Een van de toestellen die me hier direct fascineerde is de ES-65 Platypus, een 18-meter side-by-side tweezitter uit de Schneider-traditie. Het toestel was bedoeld als opvolger van de Kookaburra en is typisch Australisch: praktisch, ongewoon en met een verhaal achter bijna ieder detail. Het prototype had onder meer een vast hoofdwiel waar productieplannen richting een intrekbaar wiel gingen, en in de ontwikkeling veranderden ook stoel- en canopy-oplossingen.

De Platypus vloog al jaren niet meer toen ik hem leerde kennen. Na een eerdere survey en vlucht kwamen gelcoat- en vleugelproblemen aan het licht. Herstel is technisch en financieel een flinke opgave. Ik raakte betrokken bij het verhaal rond het toestel en schreef een conceptartikel voor VGC Magazine. Of zo’n kist ooit weer vliegt of uiteindelijk vooral als museumstuk wordt bewaard: de geschiedenis verdient het om verteld te worden.

Condor 3 – trainen als het echte vliegtuig in de hangaar blijft

De simulator is voor mij geen computerspelletje maar een trainingsmiddel. Met Condor 3 oefen ik navigatie, circuit, doellandingen, thermiekkeuzes en lokale procedures. Voor Benalla heb ik de NEVictoria2-scenery werkend gemaakt en een kleine oefendriehoek gebouwd: Benalla – Winton Raceway – Winton Wetlands – Benalla. XCSoar op de telefoon en navigatie op de laptop maken de oefening verrassend dicht bij de echte voorbereiding.

Ik gebruik de simulator ook graag om anderen kennis te laten maken met vliegen. Bij aviation events is de vraag heel eenvoudig: “Would you like to try the simulator?” Je hoeft iemand niet meteen van een carrière in de luchtvaart te overtuigen. Eén eerste ervaring kan genoeg zijn om nieuwsgierigheid te laten groeien.

Mélinda – de volgende generatie

Mijn dochter Mélinda groeide letterlijk naast zweefvliegtuigen op. Als klein kind lag ze met mij in het gras naar de kisten te kijken. Later kwamen de eerste echte vluchten, instructeurs, oldtimers en haar eigen groeiende belangstelling voor luchtvaart. In 2026 vlogen we samen rond op vintage bijeenkomsten en kreeg zij steeds meer haar eigen plek in die wereld.

Dat verhaal gebruik ik graag bij activiteiten voor jongeren en Girls in Aviation. Niet met de boodschap dat iedereen piloot moet worden, maar dat je ergens moet durven beginnen. Kom naar een vliegveld. Praat met mensen. Probeer de simulator. Maak één vlucht. En kijk daarna waar het je brengt.

Mijn checks: vrijheid begint met discipline

Hoe langer ik vlieg, hoe minder stoer ik word over veiligheid. Een goede walk-around, schade controleren, banden, roeren, cockpit, kabels, kap, ballast, weer, veld en uitwijkmogelijkheden: het zijn de saaie dingen die een mooie vlucht mogelijk maken. Ik werk graag met korte geheugensteunen: ABCD → CHAOTIC → FUST. In English: my memory cues for aircraft preparation, pre-launch checks and the final take-off check. De officiële clubchecklist en lokale procedures blijven natuurlijk altijd leidend.

Kisten die in mijn logboek langskwamen

Door de jaren heen vloog ik onder meer met ASK 13, ASK 18, ASK 21, Ka 2b, Ka 4, Ka 6, Ka 7, Blanik, Twin Astir, Astir CS, Cirrus, Phoebus, Orlik II, Mu 13, Nimbus 2D, DG 300, DG 500/1000 en verschillende LS-types – LS3, LS4, LS6, LS7 en LS8. Daarnaast kwamen via vintage meetings nog andere bijzondere typen voorbij. Sommige waren maar één vlucht, andere werden oude vrienden.

Schrijven over zweefvliegen

De laatste jaren schrijf ik steeds meer verhalen op. Over de Platypus, over vintage gliders, over Arnborg, over toestellen met typisch Australische dierennamen en over machines die ik tientallen jaren later aan de andere kant van de wereld opnieuw tegenkom. Een zweefvliegtuig is uiteindelijk meer dan hout, glasvezel en metaal. Het is een verzameling menselijke verhalen.

En nu?

Ik ben 69 en heb geen behoefte om een eindpunt achter dit verhaal te zetten. Ik wil current blijven, meer van Australië vanuit de lucht leren kennen, terug naar Lake Keepit, verder vliegen bij Benalla en Geelong, helpen bij het museum en blijven schrijven. Misschien nog eens in een toestel stappen waarvan ik vandaag de naam nog niet ken.

De mooiste vlucht is nog altijd de volgende.

🌐 Taal / Language