Life Story Thom(as)

Ik ben 14 april 1957 geboren in de Stationsstraat te Bergen op Zoom, blauw van de kou of door zuurstof gebrek ? in aanwezigheid van mijn vader en of vroedvrouw ? ik weet de details niet, ik was nummer 3, mijn oudste zus Anita 1955 en broer Eric 1956 en mijn ouders woonde in het ouderlijk huis van mijn moeder familie van Egeraat, het kan zijn dat mijn vader mama al zwanger maakte voordat ze getrouwd waren, ik denk dat ze een goed koppel waren beiden gymnasium en leraar lichamelijke opvoeding, roken was in die tijd heel gewoon net als drinken,

Het was een klasieke rolverdeling .. Pa verdient de kost en Ma zorgt voor de kinderen, ik denk wel eens dat het zonde is dat mijn moeder niet echt haar sportieve talent heeft kunnen ontwikkelen, als je beseft dat ze de eerste 7 tussen 1955 en 1961 en nummer 8 en 9 een paar jaar later, op de wereld heeft gezet , kun je je voorstellen dat ze haar handen vol had om voor het gezin te zorgen, daarbij kwam dat nummer 4 mijn zus Nicolle fysiek gehandicapt werd geboren, waarschijnlijk door gebruik van verkeerde medicijnen het zou me niks verwonderen als thalidomide verkocht onder de merknaam Softenon de oorzaak is geweest van het ontstaan van de handicap.

3 maanden oud verhuisde ik naar Etten-Leur , we woonde op het Marijke plein een beleefde buurt vlak bij de burgemeesters woning, Pa werkte keihard als gymleraar op de Land en Tuin Bouw school (LTS) en behandelde patiënten met Heilgymnastiek, later als fysiotherapeut, we verhuisde 1965 naar Beatrixpark 12 , in die tijd in de volksmond de rijke stinkerds buurt het bestond uit dure bungalows, waar ook een deel van de notabelen woonde waar mijn ouders omgang mee hadden, Pa bouwde er een flinke praktijk aan vast en ontving veel patiënten aan huis, om die redenen was hij behoorlijk bekend onder de bevolking van Etten- leur mijn vader en moeder waren charmant en goed gezelschap,

mijn vader: Ik herinner met de ongelofelijke belangstelling bij zijn begrafenis toen Pa met 47 jaar plotseling overleed, de leerlingen van de LTS noemde hem “de Puk “, hij was 1 meter 54 , ik ben met 1 meter 67 de langste van de 9, wij waren de pukkies, we mochten van Pa meedoen met het apen kooien. voor de warming up een loop dril in de gymzaal van de LTS, dan had die een gym stok vast waarmee die tikkend het tempo aangaf, als die stopte moesten ze stilstaan en door de knieën bukken als die opnieuw begon te tikken verder rennen , daar liepen vaak stevige lange boeren jongens tussen, om wat respect af te dwingen, zocht Pa, aan het begin van het schooljaar, de stevigste leerling met de grootste mond uit de groep, die mocht dan mijn vader zo hard als die kon op zijn arm slaan, mijn vader gaf natuurlijk geen kick, maar daarna was hij aan de beurt, waarbij die stoere jongen het altijd uitbrulde van de pijn en de rest van de groep lachte, behalve dat mijn vader sterk was, had tie met zijn opleiding natuurlijk ook verstand van anatomie, op enig moment verklapte die ons zijn geheim, hij balde een vuist, met zijn middelvinger iets gebogen, zodat er een puntje ontstond, daarmee raakte die met een welgerichte stoot de zenuwen van de bovenarm op het bot .. met gegarandeerd succes en dat leverde direct respect op bij de jongens.. je merkte , als kind ,hoe hij dat afdwong ondanks zijn lengte, die levensles heb ik zeker van hem meegekregen en er goed gebruik van gemaakt, ik leerde me daardoor niet op de kop te laten zitten , ik werd niet gepest en als ze het probeerde konden ze klappen krijgen, ik heb een paar keer in mijn leven klappen gehad, dat waren jongens die direct zonder aarzelen of bekvechten je recht in je gezicht stompte, ik wilde nooit als eerste beginnen en dat was in dat geval mijn nadeel.

In 1969 had ik een gesprek met mijn ouders, ik was 11 jaar, nummer 3 van de negen kinderen, ze hadden hun handen vol aan mij, ik was druk, eigenwijs, bomvol energie en had regelmatig problemen op de lagere school en op straat, ik liep nogal eens weg van school en thuis, ik had veel tijd, aandacht en liefde nodig, die tijd hadden mijn ouders niet denk ik achteraf, heb daar geen nare herinneringen aan, ik was druk met mijn eigen leven, mijn ouders stelde me voor om naar St Louis te gaan een jongens internaat van de Broeders van Oudenbosch.

Internaat Saint Louis Oudenbosch

In een open gesprek met mij vertelde ze dat het voor hun moeilijk was mij alle aandacht en structuur te geven die ik nodig had en ondanks dat het niet goedkoop was ze dachten dat het voor mij en hun beter zou zijn om naar het internaat te gaan, ik stemde in met de overtuiging dat mijn ouders het beste met me voor hadden, belangrijk daarna was dat ik in die periode altijd thuis kon komen en mijn verhaal kon doen ook als er iets was gebeurd.
Ik heb niet echt slechte herinneringen er waren veel andere kinderen en op zich best leuk, je kon er sporten, spelen, ze hadden plekken waar je kon knutselen een doka ( donkere kamer waar je zwart wit foto’s kon ontwikkelen) ik sliep het 1e jaar op een zaal met schotten tussen de bedden , je had daar geen privacy, maar dat ervoer ik niet als een probleem, had ik thuis ook niet waar ik een kleine slaapkamer deelde met mijn 1 jaar ouder broer Eric, er was i routine en structuur, die ik met mijn karakter nodig had, zoals een vaste tijd om te studeren in een grote zaal van 19.00 tot 21.00 uur

als 2e jaars verhuisde je naar een slaapzaal met slaapzaal met chambrette

Mijn herinneringen zijn vervaagd, ik weet wel dat ik eens gehuild heb omdat ik het gevoel had af gestoten te zijn door mijn ouders maar dat duurde nooit lang. ik meen me te herinneren dat ik flink gevochten heb om mijn plekje in de “roedel” te verdienen, ik was vrij klein maar best wel sterk en ik liet me door niemand op mijn kop zitten, ik maakte wel vrienden maar ben niet zo’n groepsmens meer een einzelgänger, nog steeds.

foto Aula 1971 Enkele gezichten zijn bekend, het blijft vaag

dit zou ik zomaar kunnen zijn

We liepen van het internaat naar de middelbare school de Hellemons mavo in Oudenbosch, er fietste een jongen langs die naar me spuugde, geen idee waarom, ik rende achter hem aan, trok hem van zijn fiets en gaf hem een paar flinke klappen, ik verwierf daarmee een soort respect op school en het internaat, in de zin van het is wel een klein mannetje maar die laat zich niet op zijn kop zitten dus kijk maar uit voor hem… ik was ook niet op mijn mond gevallen dus zowel fysiek als mentaal stond ik mijn mannetje.

In het vierde jaar 1973, tegen het eindexamen werd ik van het internaat afgestuurd, normaal gesproken zou dat ook betekenen van de school maar gelukkig konden mijn ouders regelen dat ik vanuit thuis mijn MAVO diploma kan halen, dat lukte gelukkig met de hakken over de sloot, direct nadat ik van school was ging ik werken als scheepsjongen op een binnen vaartschip om kapitein te worden.. 5 maanden later, na een val in het ruim van het schip stopte ik in overleg met mijn ouders en werd vakkenvuller bij Albert Hein, promoveerde naar magazijnbediende met als doel bedrijfsleider te worden.. ook dat was niet mijn roeping een paar dagen later overleed mijn vader met 47 jaar en was er geen geld voor een beroepsopleiding bij de CIOS ( sportschool), uiteindelijk belandde ik door die omstandigheden in de militaire dienst als geneeskundig beroepsmilitair, opnieuw structuur en leven in een groep. Na 20 jaar veranderde ik van baan en werd ambulancechauffeur gedurende 25 jaar, alles bij mekaar ben ik redelijk goed terecht gekomen.

Hoe kwam het nu dat ik van het internaat werd gestuurd? .. er was in die 3 voorafgaande jaren al het een en ander gebeurd op het internaat en de school die nauw met elkaar verbonden waren.

Voor de beeldvorming het ging in mijn puber hoofd over privileges en respect, de 1e jaars sliepen op een grote zaal met tussenschotten, 2e jaars en hoger in “chambrettes”, dat waren drie houten schotten met een gordijn ervoor, het internaat had 3 verblijfsruimtes de “kleine kant” de “Aula” en de “Grootte kant” die laatste was de verblijfsruimte waar de oudste kinderen verbleven met privileges zoals roken, later opblijven en de top van de roedel die het op het plein voor het zeggen hadden.

na mijn derde jaar werd ik om redenen van plaatgebrek, jonge leeftijd en wellicht omdat ik met een aantal jongens niet heel goed overweg kon, besloten door de directeur Broeder Amandus mij het 4e jaar in de Aula groep te houden, met die beslissing was ik het niet eens, dat deelde ik met de directeur en mijn ouders en ik vertelde ze dat ik bang was dat het nu niet goed zou gaan en zo geschiedde .. wishfull thinking.

Na diverse incidenten was de druppel die de emmer over deed lopen een aanvaring met broeder Hubertus een kleine dikke broeder, die, nadat hij mij in de kraag had gegrepen bij het verlaten van de eetzaal ik hem met een flinke duw omver kegelde…

De broeder had een donderpreek gehouden in de eetzaal omdat een aantal jongens met eten hadden gegooid, ik had daar niet aan meegedaan dus voelde me absoluut niet aangesproken, wat ik luid lachend aan een jongen vertelde bij het verlaten van de eetzaal, de broeder daardoor waarschijnlijk geïrriteerd, trok me hardhandig in mijn kraag naar achteren waarna ik hem verontwaardigd spontaan een flinke duw gaf waardoor hij zijn evenwicht verloor en over de vloer rolde,

ik draaide me om en vervolgde mijn weg naar de studiezaal, waar ik na 10 minuten door de directeur uit de zaal werd gehaald en per direct van het internaat werd gestuurd, ik stapte de voordeur uit van het internaat, stak mijn duim op naar een passerende auto en 20 minuten later stond ik om 20.00 in Etten-Leur in mijn ouderlijk huis

Ik vertelde eerlijk het hele verhaal aan mijn ouders en hoewel het ernstig was konden ze er ook wel om lachen, ik had natuurlijk niet helemaal ongelijk en dat was bij eerder incidenten ook zo het geval

Gelukkig mocht ik toch het examenjaar afmaken, weg gestuurd worden van het internaat betekende eigenlijk ook van de school af, door er thuis hard voor te werken slaagde ik gelukkig toch, ik herinner me de 9 voor Engels

Ik had inmiddels 2 beroepskeuzen testen gedaan, B verpleegkundige of ondernemer .. sportleraar.

Ik had vanaf mijn 12e al wat werkervaring opgedaan, aardbeien plukken, oogsten van groenten, ik heb nog een litteken op de knokkel van mijn rechterwijsvinger, het loof moest er vanaf , ik weet al niet meer wat het was !, om de manden sneller te vullen had ik het handvat van het mes in de mand gestoken met het snijblad omhoog, dat werkte perfect tot ik mezelf sneed, met gevolg een diepe wond die hevig bloedde, snel afgeplakt met duc tape en verder met de arbeid, time is money.

met 14 jaar ging ik vakantiewerk doen in de Augurken en Trafo fabriek, Ik leerde daar de wijze les dat ik niet in een fabriek wilde werken

Aan de lopende band werden de augurken, handmatig, in de potten gedaan, aan het einde ervan zat een aardige Marokkaan die dubbele diensten draaide, zijn taak bestond eruit nog een paar laatste augurken in de pot te proppen, de reden daarvoor was dat augurken nog wat krimpen als ze afgevuld zijn met augurkenpekel ik snap nog steeds niet hoe die man dat volhield en het naar zijn zin had.

In de Trafo fabriek werden ook de hoekijzers voor de montage gemaakt met een hydraulische Buigmachine, daarvoor moest je de uitgesneden plaat ijzer met voorgeboorde gaten op een zwaar blok leggen, daarna trok je aan een hendel waarbij het blok omhoog ging tegen een stomp buigblad en het plaatje in 90 graden boog, hendel weer omlaag, plaatje weg leggen en de volgende er weer op … enorm saai werk en .. gevaarlijk. Ze hadden mij achter deze machine gezet en ik was al een tijdje druk bezig met buigen, een 18 jaar oudere jongen die vanaf de H.B.S (hogereburgerschool ) stage liep vroeg of hij het ook even mocht proberen, ik kende hem en het was voor mij geen probleem, ik ging ondertussen wat vegen, tot ik een ijselijk kreet hoorde, hij was er met zijn hand onder terwijl die de handel naar de verkeerde kant trok, het gevolg was dat hij een een deel van de rechter pink, ring en middel- vinger miste.. ik weet nog dat ik de menselijke resten van de machine heb weggeveegd.. ik mocht van de leiding daarna niet meer op de machine.. dat was volgens de arbowet sowieso verboden … de fabrieksarbeiders waren enorm grof gebekt en ik deed zo goed mogelijk mee om er bij te horen.

Nadat ik, voor de MAVO, geslaagd was juni 1973 ontstond het idee om Kapitein te worden op een binnenvaartschip, Anita mijn oudste zus had verkering met Henk, zoon uit een schippersfamilie, later mijn zwager, die we goed kende van onze vakantie in Zeeland. wellicht diende dat als inspiratie. Ik kwam als scheepsjongen, het stond zelfs in mijn verse paspoort, terecht op de PAX van de familie Mooren, het was keihard werken , vegen, poetsen, verven, verplaatsen van de luiken en merkels als we gingen laden of lossen. af en toe mocht ik het stuurwiel vasthouden bij rechtuit varen, de schippersvrouw kookte lekker, ik heb later in mijn leven nooit meer zo’n vol bord met warm eten, na een dag intensief werken, naar binnen gewerkt als in die tijd.

Elk touw aan boord heeft, om verwarring te voorkomen, zijn eigen naam,

De eerste keer dat ik een sluis binnen voer, was de opdracht dat ik het schip zou helpen afremmen om de sluis deur niet te rammen, ik stond in contact met de schipper via een luidspreker

Het lukte bij de 3e poging om de landvast (touw) om de bolder te leggen en 3 slagen om de penbolder van het schip, het schip had echter nog teveel vaart, ik hoorde de nylon kabel knerpen, ik deed het het bijna in mijn broek van angst, ik had het idee dat de kabel onder die hoge spanning zou breken en mijn hoofd eraf zou slaan …

We lagen aangemeerd in Duisburg en ik moest merkels teren, dat de lange balken waar de luiken op liggen.

Ik stond op het gangpad in een hoek van het ruim met een zware pot met 10 liter teer in de rechter en een bokkenpoot in de linker hand, door een beweging van het schip verloor ik mijn evenwicht en viel in het ruim

Ik wilde die pot teer niet loslaten … en werd wakker met mijn rug tegen een tussenwand van het schip, ruim 8 meter verder dan waar ik was gevallen , eerst dacht ik dat ik een dutje aan het doen was, toen ik goed keek zat ik onder de teer. ik liep wankel naar het midden van het ruim, waar de schipper me toen pas opmerkte en zag dat er wat gebeurd was, ik werd per ambulance afgevoerd naar het ziekenhuis, ze stelde een hersenschudding vast en een albino oog , het witte deel is dan fel rood door een bloeduitstorting.

Vermoed dat ik geprobeerd heb met 1 hand vast te houden aan de rand van het ruim met in de ander die 10 kg teer, die ik niet wilde laten vallen, waardoor ik hard met mijn hoofd tegen de binnenkant van het ruim ben geklapt en het bewustzijn heb verloren, hoe ik zonder mijn nek en of ander botbreuken die 3 meter ben gevallen .. geen idee, mazzel gehad, zoals wel vaker in mijn leven.

Ik lag op de afdeling orthopedie, er was schijnbaar nergens anders plaats, nicht rauchen, kein fernsehen und flach liegen, dat werkt natuurlijk niet op zo’n afdeling, maar goed, na 2 dagen observatie werd ik per ambulance naar mijn ouderlijk huis in Etten-Leur vervoerd.

Ik zei bij aankomst eind November 1973 tegen Pa en Ma, het is niet omdat ik het ruim ben gevallen, maar een toekomst als kapitein zie ik niet snel gebeuren en daarom wil ik er mee stoppen, ze waren het met me eens.

wat avonturen In die 5 maanden, ik ging, in de haven aan boord van een zeevaartschip gevuld met gedroogde kokos schillen, de donkere matrozen roken niet erg lekker, het ruim was wel 30 meter diep, de kokos schillen werden met een enorme zuigslang verplaatst naar het ruim van het binnenvaartschip, zeer indrukwekkend.

We lagen afgemeerd in Rotterdam Rijnhaven, ik had vrij, ik sliep in het vooronder van het schip, 16 jaar, ik stak 100 gulden in mijn zak, nam mijn dagboek mee en ging op stap naar de rosse buurt in Katendrecht, met het idee om een leuke vrouw te ontmoeten.

Het eerste beste café liep ik binnen en liet trots de barman wat schrijven in mijn dagboek, er zat welgeteld 1 vrouw aan de bar, die mijn onverdeelde aandacht kreeg maar het duidelijk niet zag zitten met dit groentje, met de 100 gulden nog op zak kwam ik terug aan boord.

we lagen afgemeerd aan de Rijnkade in Amsterdam aan achterkant Centraal Station

Ik ging aan wal, liep door Centraal station om naar de dam te gaan, ik hoorde plotseling iemand mijn naam Thom roepen, ik was verbaasd hoe kon die man dat nu weten ? later realiseerde ik me dat het op de achterkant van mijn trui stond .. we kwamen in gesprek.. en hij zou me wel Amsterdam eens laten zien, om 04.00 s’ nachts werd ik door diezelfde meneer weer afgezet bij de boot, ik ben een stuk van de film kwijt maar in flarden weet ik dat ik dronken was gevoerd, ik in bed belandde met die kerel en er uiteindelijk zover ik weet, niks gebeurde omdat ik heel duidelijk aangaf dat ik niet opgewonden werd of was .. het werkte gewoon niet .. ik had ook geen pijn in mijn kont .. een bizar vreemd avontuur waarbij je alles kunt voorstellen, hoe naïef kun je zijn als je 16 bent.

Als laatste herinnering de geur van Maizena afgemeerd bij een fabriek die er meel produceerde, midden in de nacht bij volle maan, ik schreef het op in mijn dagboek.. geen idee waar dat gebleven is

Nadat ik hersteld was, begin december ’73, direct aan de slag als schappen vuller bij Albert- Hein, promoveerde snel naar magazijnmeester, had een grote bek en kon de nog brutalere chauffeurs aan en mocht aan de management opleiding beginnen, echter dit zag ik ook niet zo zitten als mijn toekomst..

8 december 1973 kwam onverwacht het overlijden van mijn vader, dat was heel heftig, ik herinner me als de dag van gisteren dat ik werd opgewacht door onze huisarts bij de garage deur, waarop hij me vertelde dat Pa dood was. mijn wereld stortte in mekaar, met BLACK SABBATH – “Paranoid”  vol volume op de koptelefoon herhaalde ik “mijn vader is dood, mijn vader is dood ” het was niet te beseffen.

We stonden er financieel niet erg goed voor vermoed ik, geld voor een beroepsopleiding zoals de CIOS was er niet, een bevriende cardioloog van mijn moeder tipte ons dat een carriere in dienst uitkomst zou bieden en zo gebeurde het dat ik mei ’74 op de opleiding tot onderofficier op de KMS in Weert werd aangenomen, na 20 jaar kreeg ik eervol ontslag als Sergeant-Majoor en kon direct aan de slag als Ambulancechauffeur bij de Ambulancedienst Noord-Limburg, nog eens 25 jaar later deed ik een omscholing om de laatste jaren tot aan mijn pensioen vol te maken als vrachtwagen chauffeur, vanaf 14 april 2024 mocht ik van mijn pensioen gaan genieten.

we maken een stapje terug naar 1969 , mijn eerste kus was met Nanny Buckens ik was 12 of 13 jaar, in januari 2021, tijdens corona, kwam ik via Facebook weer in contact, onlangs nog eens bij gekletst, erg leuk.

Als je 16 bent doe je gekke dingen om getroost te worden, op de dag van de begrafenis van Pa , kwam Rian van Eekelen, mijn ex vriendin aan huis, om haar deelneming te betuigen, in de garage van mijn ouderlijk huis, bedreef ik de liefde met haar, pas 50 jaar later sprak ik haar weer, het was goed om het eindelijk af te kunnen sluiten.

Beatrixpark 12, hier woonde ik samen met 2 broers en 6 zussen van 1964- 1973, dit is een foto uit 2010, waar het huis al is verkocht, de garagedeur was in mijn tijd met verticaal wit/bruine strepen, we konden door het kantelraam van onze slaapkamer op het platte dak komen en we gebruikte de muur van de garage en het elektriciteitshuisje om op en neer te klauteren, door onze benen links en rechts er tegen af te zetten

In die tijd hadden we een gezellige groep jongens en meisjes, mijn broer Eric was er ook bij, we gingen naar de biesbos met een fles gin en luisterde naar Boudewijn de Groot, tennissen bij de koekoek het sportcentrum, we waren veel in Zeeland op camping Leijnse, goede herinneringen, ik kreeg verkering met Marjo van der Knaap en kwam regelmatig bij haar ouders over de vloer, ik voelde me bij hun erg welkom, met 18 jaar gingen we samen wonen in een woning boven een café op de Ginnekeweg 5 A in Breda, we hadden beiden een baan met redelijk salaris, mijn moeder had tijdens mijn militaire opleiding 10.000 gulden voor me gespaard, we kochten een auto, motor, muziekinstallatie, surfplank en we konden op vakantie, naar Engeland London, , Italië Venetië, het waren echter roerige tijden, ik had tussendoor een affaire met Irma Slootjes tijdens mijn opleidingsstage in het MHAM ( militair ziekenhuis), daarna met een Française Chantale, ondanks die uitspattingen trouwde ik met Marjo voor de wet en voor de kerk, ik voelde me schuldig voor het vreemd gaan en dacht op die manier mijn liefde voor haar te bewijzen, echter toen ik een jaar later verliefd werd op een andere vrouw, voelde ik me helemaal leeg van binnen naar Marjo toe en besloot een einde te maken aan het huwelijk, ik trouwde 2 jaar later met Judit Verhaegen en kreeg 2 kinderen, na een affaire met Caroline in Seedorf, strandde ook dit huwelijk, de kinderen waren toen 3 en 7 jaar oud, ik had nog een korte moeizame relatie met een Duitse jongedame, ben de naam kwijt, ging hals over kop terug naar Venlo ik werkte toen in Duitsland, mijn voorstel voor co ouderschap werd door schoon papa tegengehouden, Judit hertrouwde met een ex collega militaire arts en verhuisde naar Neustad an die Weinstrasse 350 km ver weg , het viel niet mee om invulling te geven aan de omgangsregeling, ik heb echt mijn best gedaan, ik kreeg in die periode een relatie met de buurvrouw , Hennie van Lijssel, die was gescheiden en had 2 kinderen Nicky 6 en Shirley 1 jaar , ik trouwde , 3 keer is scheepsrecht zullen we maar zeggen. na 15 jaar kwam ook daar een einde aan, dit keer was een affaire niet de reden, ik sta nog steeds op zeer goede voet met Hennie en de kinderen, er volgde een korte periode als vrijgezel, via een datingsite leerde ik diverse dames kennen waaronder Monique Bindels, moeder met 2 jonge kinderen, een korte heftige relatie, ik ontdekte de parenclub, het was een verademing, ik durf inmiddels, na 40 jaar, te zeggen dat ik niet monogaam ben, op avontuur naar Frankrijk leerde ik Sian Vogel kennen en werd verliefd op Anne-Marie Reboul die na 4 weken zwanger was van mij, ik erkende de ongeboren vrucht als vader en nam mijn verantwoordelijkheid, 15 januari 2009 werd Mélinda van de Ven geboren die inmiddels anno 2025, 16 jaar is en het goed doet, de relatie met de moeder duurde niet lang, dat had zijn redenen, ik leerde Judit van der Horst kennen en daar ben ik tot op heden mee samen, natuurlijk kent ze mijn verhaal en heb ik alle ruimte, inmiddels heb ik in anno Februari 2026 in Australië Natasja leren kennen en gedraag me een beetje als een Anton Heiboer… gelukkig gebeurd nu alles met open geklapt vizier, we zullen zien hoe het allemaal verder gaat, de toekomst zal het leren, ik heb erg veel zin Down Under te blijven.

Nu ik 69 jaar ben en terug kijk is excuses aan diegenen die ik tekort heb gedaan en teleurgesteld op zijn plaats, over mijn kinderen Tim (1984) en Katinka (1987), mijn zoon heeft toen hij 14 jaar was het contact met me verbroken en dat is tot op heden niet hersteld, met Katinka, haar 2 zonen Sidney, Kayce en echtgenoot Kyle die in Australië leven heb ik regelmatig videocontact, onlangs tijdens een vakantie in Nederland mocht ik de rol van Opa ervaren, het contact met Mélinda is de afgelopen 16 jaar, ondanks de afstand van 1000 km, vrij intensief geweest, ik woon nu als haar Pappa en buurman in Frankrijk. We gaan samen op vakantie en doen aan zweefvliegen, we zijn het niet altijd eens met elkaar maar dat moet kunnen. ze is druk bezig haar vleugels uit te slaan om het nest te verlaten. ze wil piloot worden en is daar hard voor aan het werken, onlangs werd ze 17 jaar en is bezig haar autorijbewijs te halen.

mijn tijd in dienst tot het eervol ontslag op basis van overtolligheid op 1 april 1994 , de opleiding van 28 maanden begon op 1 mei 1974 op de Koninklijke Militaire School (KMS) te Weert, eerst een basistraining van 12 maanden, ik deed er 3 maanden langer over, marcheren, schuttersputje graven, schieten, tijgeren, hindernisbaan, granaat werpen , MLV, ZMV, parachutespringen, ik heb een hekel aan lopen , nog steeds, na 50 meter marcheren had ik al pijn aan mijn voeten en 10 kilometer verder had ik blaren .. mij schoenen waren te groot .. met een brede voet en hoge wreef, ze hadden geen passend schoeisel in die tijd en als je dan nog 3 weken op oefening moet is de lol er een beetje vanaf, zo gebeurde het dat ik aan het eind ervan strompelend terug naar de kazerne marcheerde, op enige moment had ik er genoeg van , met de FAL aan de loop vast op mijn schouder, verliet ik het peloton, ze lieten de hele groep op en neer lopen, terwijl een kaderlid mij benaderde, ik schreeuwde naar hem dat ie op moest rotten ander zou ik hem met mijn wapen slaan, hij wist me toch te overtuigen om me weer bij de groep te voegen, maar dat koste me wel 3 maanden basis training extra. ik haalde daar ook mijn zeilbrevet en maakte 5 parachute sprongen, ik heb nog een leuke brief waar mijn moeder vragen stelt aan de leiding, ze moest een handtekening zetten voor toestemming, ik vond dat maar onzin toen, vandaag, 24 oktober 2025, kreeg ik te horen dat Mélinda acrobatiek had gevlogen in een Yag, een oldtimer motorkist, ik begrijp mijn moeder nu beter

militair rijbewijs . ik was inmiddels 18 en slaagde voor de theorie, zakte met het praktijk examen in Eindhoven, de examinator vond dat ik er nog niet klaar voor was, ik reed rakelings langs fietsers en zijspiegels en hoewel ik niks raakte was, schrok die en vond de beste man mijn rijstijl nog te gevaarlijk. 2 jaar haalde ik mijn burger rijbewijs met slechts 3 praktijklessen, in 1984 regelde ik via de militaire rijschool in Venlo alsnog mijn militair vrachtwagen rijbewijs.

Ik herinner me een heftig voorval, Ik zaten buiten, tijdens de pauze op de militaire rijschool, tegenover een druk spoor, we hoorde een enorme klap bij het passeren van een trein en ik zag iets, een doos dacht ik , omhoog vliegen, totdat iemand riep dat het een persoon was , we, Frans mijn maatje tijdens de geneeskundige opleiding en ik, besloten om hulp te verlenen en rende langs het spoor af, dat mocht niet baten, we troffen de helft aan van wat eens een mens was, keurig doormidden ter hoogte van de broekriem het hoofd/ aangezicht was onherkenbaar verbrijzeld, de spijkerjas die het slachtoffer droeg was nog keurig heel, de andere helft lag verderop, er bleek vlakbij een psychiatrische inrichting te zijn en vaker voor te komen dat mensen hier zelfmoord pleegde door zich voor de trein te werpen.

De keuze om beroepsmilitair te worden was niet zozeer uit overtuiging, maar vloeide voort uit de financiële omstandigheden door het vroegtijdig overlijden van mijn vader, er was geen geld voor de beroepsopleiding CIOS, er bestond een mogelijkheid om in het leger sportinstructeur te worden en de keuze voor de geneeskundige dienst was een mooie basis daarvoor, dat plan, om sportinstructeur te worden, is toen het 6 jaar later aan de orde kwam niet gelukt, ik werd afgewezen.

Mijn dienst vak technische vorming Geneeskundige Dienst

Het begon met 3 maanden op de Juliana van Stolberg kazerne te Amersfoort Opleidings Centrum Militair Geneeskundige Dienst , met een verpleegkundige pré klinische fase, vakken als anatomie, pathologie, instrumentenleer,

bijzonder interessant en indrukwekkend was het bijwonen van een hersensectie en algehele sectie , bij de eerste werden eerst de haren netjes in een scheiding gekamd en met een scalpel de huid open gesneden en omgeklapt, daarna werd met een bot zaag de schedel rondom open gezaagd, het snerpende geluid en de geur zal ik nooit vergeten, na het lichten van de schedel, werden de verbindingen die door de schedelbasis lopen zoals het ruggenmerg en de grote vaten doorgesneden, de hersenen konden daarna worden verwijderd als een soort bloemkool, door op een snijmachine dunne plakken te snijden kon de patholoog ons de plek laten zien waar de hersenbloeding zat die de dood van de patiënt kon verklaren . van de algehele sectie herinner ik me hoe groot de doorsnede van de lichaamsslagader was en mooi aanlag tegen de binnenkant van de wervelkolom, nadat alle organen , darmen et cetera bekeken en gewogen waren, werd alles terug gemikt, niet direct op dezelfde plaats maar door het netje dicht maken zag je er aan de buitenkant niks meer van.

daarna stage van 6 maanden op verschillende afdelingen in het militaire ziekenhuis in Utrecht (MHAM) , interne, chirurgie, urologie, prik lab en een OK stage,

Van de interne afdeling herinner ik me een wat oudere uitgemergelde man met een enorme tumor in de buik , in operabel, hij had decubitus aan de billen van het doorliggen. Je zag een enorm gat waar eens bilspieren zaten , de randen van de wond waren zeer pijnlijk, de behandeling in die tijd was opgeklopt eiwit op het dode zwarte weefsel en speciale zalf op de wondranden, het eiwit moest met een föhn droog worden gemaakt, het stonk verschrikkelijk en ondanks schone kleren en douchen bleef de geur aan je plakken, iets om nooit te vergeten, dit was de eerste patient waar ik aan het bed stond en zijn hand vast hield tijdens het sterven.

Er moest een patient de suiker worden geprikt, ik had al een paar keer gekeken hoe het moest, dus ik zou het wel even doen, in plaats van te prikken maakte ik met de lancet een snijdende beweging dat vond de zwaar diabetes patient met kapotte vingers niet fijn, ik schaamde me rot. wij mochten eigenlijk in vergelijking met burger verpleegkundigen in opleiding heel veel handelingen doen die normaal pas in het 3e en 4e jaar gedaan zouden worden, maar wij moesten alles in die 6 maanden leren. zo leerde we ook om een naald te prikken om een infuus aan te sluiten of bloed af te nemen.

Op Urologie zag ik verschillende vasectomie (sterilisatie) de reden dat ik tot op vandaag niet bij mezelf heb laten doen .. ook het prostaat onderzoek, waarbij de patient op zijn knieën moest zitten terwijl de arts in de anus naar binnen gaat om de prostaat te masseren vond ik een vreselijk onderzoek.

De stage op de OK vond ik wel het leukste, er was een patient met een aangezichtsletsel, het jukbeen stond aan één kant naar binnen, met een breekijzer werd het bot met geweld gebroken, gaten geboord en met schroeven en een draadconstructie tractie gezet zodat het weer in de juiste positie stond en opnieuw aan mekaar kon groeien.

Helaas kreeg ik ruzie met het hoofd, ze verweet me dat ik de hygiëne/steriliteit in gevaar bracht, het was een Kenau en wellicht had ze deels gelijk maar de manier waarop ze het bracht pikte ik niet.

Tijdens een total hipp operatie die een paar uur duurde, ik stond, vanwege mijn lengte op een klein krukje, over de schouder van de chirurg mee te kijken en vond het machtig interessant, na het open maken zaagde de chirurg de kop van het dijbeen eraf , tikte er een roestvrijstalen pin met kop in en vormde met een soort chemische pasta een nieuwe kom, de chirurg gooide me een restantje toe van het goedje wat bijna te heet was om vast te houden en in no time keihard werd, omdat er instrumenten moesten worden gesteriliseerd, mocht ik even een break nemen, maar het hoofd dacht daar anders over en er ontstond een discussie en werd ik door haar van de afdeling gestuurd, normaal een reden om van de opleiding te worden gezet, maar nadat ik het had uitgelegd mocht ik blijven.

Een leuke anekdote was dat we ( Frans en ik ) betrapt waren door de bewaking bij het verlaten van de verpleegsterflat s’ avonds laat ( wat nadrukkelijk verboden was) we waren ze te snel af door te vluchten via wat bosjes van het terrein af, we lachte ons rot , ze kregen ons niet te pakken, toen we echter daags erna, met dezelfde jassen aan, door de poort liepen werden we alsnog door de nachtdienst in onze kraag gegrepen, gelukkig werd het door een kapitein die onze baas was met de mantel der liefde bedekt en mochten we blijven. eerder waren we ook al eens door het oog van de naald gekropen, we waren op de kamer van 2 meisjes waarmee we de liefde bedreven en bleven slapen, aan het oefenen, om in de kast te kruipen voor het geval de Mentrix ( een echte zuurpruim) aan zou kloppen, echter ze kwam binnen zonder te kloppen terwijl wij net daarvoor in de kast waren gekropen, , nadat ze onverrichter zaken vertrokken was, zijn we door het raam over het dak naar beneden geklommen. wat een geweldige tijd was dat, Ik zou Irma ook graag nog eens willen spreken, maar ik kan ze niet vinden op internet.

De rest van de opleiding vond plaats in Amersfoort en ging over specifieke militair geneeskundig zaken zoals de afvoer van gewonden en doden vanaf het slagveld tot aan het achterland

Na 6 verschillende functies en 20 jaar verder ben ik met eervol ontslag gegaan op basis van overtolligheid, afgezwaaid als Sergeant-Majoor, nog een tijdje als reserve en inmiddels volledig uitgeschreven.

Ik ben ook 50 jaar algemeen Instructeur en EHBO, reanimatie & brand en ontruiming, in het leger was ik behalve vaktechnisch geneeskundig ook opgeleid als algemeen instructeur, zo gebeurde het dat ik op de KMS in Weert les gaf in bediening en onderhoud van wapens zoals de .50 een zwaar kaliber mitrailleur of de LAW een antitankwapen of gebruik van het gasmasker, het graven van schuttersputje of ZHKH (Zelf hulp kameraden Hulp een soort militaire EHBO) enzovoort.

Toen ik in 1994 de dienst verliet heb ik mijn papieren gehaald als instructeur Oranje en Rode Kruis, de ERC en de NIBHV, was lid van een kadergroep voor het volgen van de verplichte bijscholing om de bevoegdheden geldig te houden en ben les gaan geven bij EHBO clubs, starten een eigen bedrijf FAET om in mijn vrije tijd mensen te trainen om op de juiste manier eerste hulp te verlenen of bij brand te ontruimen en of te blussen. in 2024 ben ik gestopt met alles, ik was er klaar mee.

mijn tijd op de Ambulance 1994 ~ 2019

Dit schilderij staat symbool voor een van die intense momenten uit mijn carrière: ik heb zojuist een zwaar gewonde patiënt binnengebracht op de Eerste Hulp van het ziekenhuis. De figuren op het doek – de hulpverleners in hun jassen, de brancard met de oranje deken, de spanning in de houdingen – vangen die rauwe realiteit perfect: het snelle handelen, de onmacht en de stilte daarna. In 1994, uit tweehonderd sollicitanten, werd ik als eerste chauffeur aangenomen en kon direct aan de slag. De eisen waren eenvoudig: een Oranje Kruis-diploma en een rijbewijs. Met mijn militaire geneeskundige achtergrond was ik overgekwalificeerd. De sollicitatiecommissie bestond uitsluitend uit verpleegkundigen – achteraf gezien mijn grootste voordeel. In alle eerlijkheid had ik liever ambulanceverpleegkundige willen worden dan chauffeur, maar dat pad was niet voor mij weggelegd. En dat is goed zo; het leven loopt zoals het loopt.

Ik werd meteen voor de leeuwen geworpen. Het voordeel ? Je pakt de routine razendsnel op. Het nadeel ? Het was heftig, en ik was nog niet optimaal getraind. Al in mijn eerste week kreeg ik een reanimatie voor mijn kiezen: een tweejarige drenkeling. Het kindje was verdronken in vier centimeter diep water, in de vijver van de buren. Het hekje was een week eerder verwijderd en het kindje was even aan de aandacht van de ouders ontsnapt. We werden met spoed, A1, ter plaatse geroepen, samen met mijn verpleegkundige collega Fons Verstappen. Ter plekke lukte het niet om te intuberen of een naald te plaatsen voor medicatie. pas met de komst van de tweede ambulance konden we meer doen. Al reanimerend brachten we het slachtoffertje naar de ambulance. We besloten dat mijn collega-chauffeur Wil Janssen, die meer ervaring had, zou vervoeren naar het ziekenhuis. De prognose was slecht. Ik volgde met de vader van het kindje in mijn ambulance; hij vertrouwde me toe dat hij al eerder een kind had verloren. Het liep niet goed af. Erg verdrietig, en het kwam dichtbij – ik had zelf jonge kinderen. In 1994 waren we nog niet zo goed getraind als nu. Ik zeg vaak: als hulpverlener ben je altijd een beetje slachtoffer. Als ik er rustig voor ga zitten en nadenk zie ik de heftige beelden die je in een normaal mensen leven niet mee hoeft te maken terug in mijn hoofd …….. mijn raad aan mensen die in dit prachtige vak willen gaan werken, doe eerst wat levenservaring op, start na je 25e en werk maximaal dertig actieve jaren, het is dan genoeg geweest, ga iets anders te gaan doen.

Trauma: hoog-energetisch trauma (H.E.T): letsels door val van grote hoogte of ongevallen met hoge snelheden, als hulpverlener verwacht je dan specifieke verwondingen en moet je daarop anticiperen. Mensen met EHBO-kennis weten dat je als leek weinig kunt doen aan inwendige bloedingen in buik of borstkas, scheuren in grote vaten leiden vaak tot snel verbloeden.

Ik heb talloze van zulke incidenten meegemaakt: een vrachtwagen vol zand die een jongeman met brommer overrijdt; een motorrijder die in de dode hoek rechts inhaalt en opgefrommeld dood tussen band en spatbord zit;

Een motorrijder in zwart leren pak, ogenschijnlijk heel, ligt onbeweeglijk op zijn rug in de sloot, zijn ogen gericht op de hemel, de collega waarmee ik op pad was zei tegen me ” hij kijkt al in de richting waar die nu is. ; een bestuurder die in dichte mist tegen een boom klapt, geen gordel om, en door het geweld dood op de achterbank ligt; bij deze caus besloten we het SO mee te nemen en af te leveren in het mortuarium van het ziekenhuis, de politiearts die schouwde drukte een spuit met flinke naald door de borstkas in de hartspier om bloed af te nemen, voor controle op alcohol, hij liet daarna zien dat de wervel kolom ter hoogte van de de nek gebroken was, we mochten ook even het hoofd manipuleren om te ervaren hoe dat voelt.; Bestuurder die met hoge snelheid tegen een lantaarnpaal rijdt en dood half uit het bijrijdersraam hangt, met de gekantelde auto op zijn borstkas; ik weet nog dat ik mijn collega Jose vroeg weet je zeker dat die dood is, op enig moment tijdens die inzet keek ik omhoog, aan een draadje hing de kop van de lantaarnpaal al bungelend boven ons hoofd, “let op gevaar “regel 1 bij hulpverlening ! ; een jonge vrouw die met haar auto onder de geschaarde aanhangwagen van een vrachtwagen bekneld raakt en daardoor niet meer kon ademen, het duurde een uur voordat we met hulp van de brandweer bij het inmiddels overleden SO (slachtoffer) waren, we zagen petechiën, kleine, puntige rode vlekken op de huid, die wijzen op dood door verstikking.; Een moeder van drie kinderen, met de telefoon nog in de hand met een verbrijzelde schedel, overreden door een zwaar beladen vrachtwagen die per abuis verkeerd afsloeg. ; een motorrijder die na een inhaalactie de macht over het stuur verliest door een uitwijkende auto en met 80 km/u met zijn borstkas tegen een elektriciteitskast klapt, om in zijn eigen bloed te stikken in de armen van een voorbijganger; mensen die voor hun werk veiligheden omzeilen; een zware bus die van de krik valt waarbij de aandrijfas het gezicht verbrijzelde; een robotarm die door een verkeerd commando – bediend door het slachtoffer zelf , deze in een nauwe cabine tegen de wand drukt waardoor hij zijn borstkas nier meer ui kon zetten en stikte. ;

Ziekten: met spoed ter plaatse komen bij een patient met niet operabele tumor in de longen, die vol aan het lopen is omdat een groot vat is gesprongen en bij aankomst nog rechtop staat terwijl die een doodstrijd voert om te kunnen ademen, al snel bewusteloos raakt en niet veel later ter plekke onder onze ogen sterft. ; bij een melding kregen we te horen dat de patient, die direct in contact met de meldkamer stond via de telefoon en niet durfde te bewegen uit angst dat het vat zou scheuren, ze was bekend met een aneurysma bij het hart wat niet te opereren was, aanvankelijk konden we het huis niet in, uiteindelijk lukte het en konden we de patient die in doodsangst verkeerde de trap begeleiden naar de brancard, ik herinner me dat ik probeerde het SO wat te ontspannen en complementeerde haar met het huis, dat werkte, echter exact op het moment dat ze op de brancard stapte, scheurde het vat, ondanks reanimatie kwam ze ter plaatse te overlijden. ;

Dan de zelfdodingen, vaak met een griezelige creativiteit: iemand hangend aan twee riemen, rechtopstaand en verstijfd in het trappenhuis, de tenen op een traprede , zijn gezicht kijkt naar de foto van ex-vrouw en kinderen; een ander hangend aan een hekje van 50 cm hoog, of met slechts een stuk touw en een stevige spijker boven de deurpost en een weggeschopt stoeltje; En de reanimaties, jong en oud, waarvan de meesten niet goed afliepen. Of die grote inzet: een gefrustreerde vader die eerst zijn ex-vrouw neerschoot, het kind ontvoerde, zich verschanste in een huis en uiteindelijk kind en zichzelf van het leven beroofde met een pistool. Gelukkig bespaarde de traumachirurg ons de aanblik. Ik kan nog wel even doorgaan. Als ik er rustig over nadenk, staat er best veel ellende op mijn netvlies.

Het heeft me gevormd, maar ook uitgeput. Dit vak vraagt om veerkracht – en om te weten wanneer het genoeg is geweest.

Mijn roepnaam is Thom, mijn doopnamen zijn Thomas Wilhelmus Cornelis Maria, T.W.C.M, mijn vader was T.W.M , het was Thom tot mijn 20 e ste, in die tijd was ik instructeur in Weert en werkte in mijn vrije tijd in een bar “Ut Ingelke: een bruincafe , de leerlingen van de KMS waar ik les aan gaf kwamen ook in de stad en om te voorkomen dat ze me op het kazerneterrein aan zouden roepen met mijn voornaam, liet ik me door hun en de klanten Thomas noemen, ik vond het echter zo leuk dat ik het zo gelaten heb, ik word soms door broers en zussen of oude bekenden nog steeds met Thom aangesproken.

Wellicht is het nu tijd om weer Thom te zijn ?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »
Scroll naar boven