Voorwoord: De Echo van de Garagedeur

Voorwoord

Beatrixpark 12, de plek die centraal staat in De Echo van de Garagedeur

In de schemering van een winterdag in 1973, bij de wit-gele garagedeur van Beatrixpark 12, stortte mijn wereld in met de woorden: “Je vader is dood.”

Als 16-jarige jongen, derde in een nest van negen, voelde ik de kou van verlies als een breuklijn door mijn leven. Dit boek is mijn reis: van de drukke energie van een eigenwijze pukkie tot de vrije zweefvluchten boven Europa en later een nieuw leven in Australië.

Het is ook een eerbetoon aan mijn vader, de kleine reus “de Puk”, wiens lengte geen maat was voor zijn hart.

Door rouw, relaties, werk, risico’s en geluk heen heb ik geprobeerd mijn eigen weg te vinden. Niet alles ging goed. Er zijn mensen die ik teleurstelde, keuzes die ik nu anders zou maken en gebeurtenissen die me gevormd hebben.

Maar er waren ook wonderlijke momenten: de geboorte van mijn kinderen, vriendschappen, de ambulance, het leger, reizen en vooral het zweefvliegen — dat gevoel dat je even loskomt van de aarde en de wereld van bovenaf kunt bekijken.

Dit verhaal is geen poging om mezelf mooier te maken dan ik was. Het is mijn herinnering, met alle rafelranden die daarbij horen.

Laten we zweven.


🌐 Taal / Language