Hoofdstuk 4: 8 december 1973 – De garagedeur

VAN PUK TOT VRIJHEID · HOOFDSTUK 4

8 december 1973

De garagedeur

Sommige dagen verdwijnen bijna volledig uit je geheugen. Andere blijven na meer dan vijftig jaar zo scherp dat je precies weet waar je stond.

Voor mij is 8 december 1973 zo’n dag.

Ik was zestien. Nog maar kort daarvoor was ik gestopt als scheepsjongen. Na mijn val in het ruim was ik thuisgekomen en vrijwel meteen bij Albert Heijn begonnen. Mijn leven lag nog helemaal open. Ik wist vooral wat ik níét wilde en dacht dat er nog alle tijd was om uit te vinden wat dan wel bij mij paste.

Pa is dood

Bij de garagedeur van ons huis in het Beatrixpark werd ik opgewacht door onze huisarts. Hij vertelde me dat Pa dood was.

Zevenenveertig jaar. Zomaar weg.

Mijn wereld stortte in elkaar. Ik zette Black Sabbath op mijn koptelefoon, Paranoid, zo hard als ik kon verdragen. Steeds opnieuw zei ik tegen mezelf: “Mijn vader is dood. Mijn vader is dood.” Alsof de woorden door ze te herhalen uiteindelijk zouden doordringen.

Maar het was niet te bevatten.

De Puk

Mijn vader was klein van stuk, ongeveer 1 meter 54, maar hij had een enorme aanwezigheid. Zijn leerlingen van de LTS noemden hem “de Puk”. Wij, zijn kinderen, waren de pukkies.

Hij was gymleraar op een middelbare school (LTS) en werkte daarnaast als heilgymnast/masseur geupgrade door studie later als fysiotherapeut. Aan ons huis had hij zijn praktijk. Pa maakte lange dagen om die 9 monden te kunnen voeden, In Etten-Leur kende daardoor veel mensen hem. Bij zijn begrafenis zag ik hoeveel. De belangstelling was overweldigend.

Van Pa had ik geleerd dat lengte weinig zegt over kracht. Hij liet zich niet intimideren en leerde mij hetzelfde: laat je niet op je kop zitten, maar begin niet als eerste met slaan. Die lessen zijn veel langer bij me gebleven dan hij ooit heeft kunnen weten.

Een jongen van zestien

Rouw op je zestiende volgt geen handleiding. Op de dag van de begrafenis kwam Rian, een meisje met wie ik eerder verkering had gehad, thuis haar medeleven betuigen. Ik zocht bij haar troost en lichamelijke nabijheid. Pas vele jaren later spraken we elkaar weer. Dat gesprek hielp om ook die vreemde, intense herinnering een plaats te geven.

Met de dood van Pa veranderde niet alleen ons gezin. Ook mijn eigen toekomst veranderde. Voor een beroepsopleiding zoals het CIOS was financieel geen ruimte meer. Een bevriende cardioloog van mijn moeder wees ons op een mogelijkheid: een loopbaan bij Defensie.

Het was niet mijn jongensdroom om beroepsmilitair te worden. Het was een weg die ontstond uit omstandigheden. Maar achteraf zie ik hoe merkwaardig goed die wereld bij een deel van mij paste: structuur, kameraadschap, lichamelijke inspanning en opnieuw leven in een groep.

Op 1 mei 1974, net zeventien, begon ik aan de Koninklijke Militaire School in Weert. Wat toen een praktische oplossing leek, zou uiteindelijk twintig jaar van mijn leven bepalen.

Pa heeft dat allemaal niet meer meegemaakt. Toch is hij nooit helemaal verdwenen. Misschien is dat ook waarom dit boek Van Puk tot Vrijheid heet. Sommige mensen vliegen niet meer naast je, maar blijven de rest van je leven toch mee.

🌐 Taal / Language