Hoofdstuk 2: De Muren van Saint Louis

Hoofdstuk 2

Groepsfoto bij internaat Saint Louis in Oudenbosch, 1971

In 1969, toen ik elf jaar oud was, stelden mijn ouders voor dat ik naar internaat Saint Louis in Oudenbosch zou gaan. Ze hadden hun handen vol aan negen kinderen en ik was druk, eigenwijs en altijd in beweging.

Ik stemde ermee in. Niet omdat ik weg wilde, maar omdat ik erop vertrouwde dat mijn ouders dachten dat het goed voor me was.

Het internaat was een wereld van broeders, regels en vaste tijden. Het eerste jaar sliep ik op een grote zaal met schotten tussen de bedden. Later kwamen de chambrettes: drie houten wanden en een gordijn ervoor. Privacy was er nauwelijks, maar thuis deelde ik ook een kleine slaapkamer met mijn broer Eric, dus zo vreemd voelde dat niet.

Er was structuur. Studeren van zeven tot negen. Sport. Knutselen. Een doka waar we zwart-witfoto’s konden ontwikkelen. En natuurlijk een groep jongens waarin iedereen zijn eigen plek moest vinden.

Soms voelde ik me afgestoten en heb ik gehuild omdat ik dacht dat mijn ouders me hadden weggestuurd. Dat gevoel bleef nooit lang hangen. Ik wist ook dat ik thuis terechtkon als er echt iets was.

Een plek in de roedel

Ik was klein, maar sterk en niet bang om van me af te bijten. Ik maakte vrienden, maar was nooit echt een groepsmens. Dat ben ik nog steeds niet. Toch moest je op zo’n internaat je plek verdienen.

Op weg naar school fietste eens een jongen langs die naar me spuugde. Ik rende achter hem aan, trok hem van zijn fiets en gaf hem een paar flinke klappen. Daarmee verdiende ik een bepaald soort respect: klein mannetje, maar beter niet te veel uitdagen.

Thomas als jongen van ongeveer twaalf jaar

1971. Tweedejaars op Saint Louis. Op de groepsfoto herken ik nog een paar gezichten, maar de namen zijn grotendeels verdwenen. Soms vraag ik me af wat er van al die jongens geworden is.

De botsing

In mijn vierde jaar wilde ik graag naar de groep van de oudste jongens, de plek waar meer vrijheid en privileges bij hoorden. De directie besloot anders. Ik bleef in de Aula-groep. Ik was daar verontwaardigd over en zei thuis al dat dit waarschijnlijk verkeerd zou aflopen. wisfull thinking ..

Na verschillende incidenten kwam de botsing met broeder Hubertus. Hij had in de eetzaal een donderpreek gehouden omdat jongens met eten hadden gegooid. Ik had daar niet aan meegedaan en voelde me niet aangesproken. Bij het verlaten van de zaal, lachte ik luid in gesprek met een vriend, en trok de broeder me hardhandig in mijn kraag.

Ik reageerde onmiddellijk en gaf hem een flinke duw. Hij verloor zijn evenwicht en ging onderuit, waarop ik mijn weg vervolgde alsof er niks gebeurd was.

Tien minuten later werd ik om half acht s avonds uit de studiezaal gehaald. Ik moest vertrekken. Ik liep de grote voordeur van het internaat uit, stak mijn duim op en stond korte tijd later weer thuis in Etten-Leur.

Mijn ouders vonden het ernstig, maar konden er ook om lachen toen ik eerlijk vertelde wat er was gebeurd. Gelukkig regelden ze dat ik mijn MAVO-examen toch mocht afmaken. Met de hakken over de sloot haalde ik mijn diploma — en voor Engels herinner ik me zelfs een negen.

Saint Louis gaf me structuur, maar leerde me ook iets anders: ik had een sterke behoefte aan vrijheid en respect. Die combinatie zou later vaker in mijn leven terugkomen.


🌐 Taal / Language