Hoofdstuk 6: Leren zorgen – het Militair Hospitaal

VAN PUK TOT VRIJHEID · HOOFDSTUK 6

Leren zorgen

Van anatomielokaal naar Militair Hospitaal

Na de eerste drie maanden opleiding in Amersfoort begon het deel dat mij echt de geneeskunde introk. Zes maanden liep ik stage op verschillende afdelingen van het Militair Hospitaal in Utrecht: interne geneeskunde, chirurgie, urologie, het priklaboratorium en de operatiekamer. Ik was nog jong, maar we moesten in korte tijd ongelofelijk veel leren.

Anatomie werd werkelijkheid

Tijdens de opleiding woonde ik een hersensectie en een volledige sectie bij. Wat tot dan toe tekeningen en boeken waren geweest, werd ineens echt. Ik herinner me nog het geluid van de botzaag, de geur en vooral de manier waarop de patholoog liet zien waar een hersenbloeding had gezeten. Indrukwekkend, confronterend en tegelijk ontzettend leerzaam.

Bij een volledige sectie zag ik voor het eerst hoe groot de lichaamsslagader werkelijk is en hoe de organen in het lichaam liggen. Ik was niet snel van mijn stuk gebracht. Juist de combinatie van techniek, anatomie en het zoeken naar een oorzaak fascineerde me.

Aan het bed

De echte lessen kwamen natuurlijk van patiënten. Op de interne afdeling lag een uitgemergelde oudere man met een enorme, niet-operabele tumor in zijn buik. Door het lange liggen had hij ernstige doorligwonden. De verzorging was intensief en de geur bleef, hoe vaak je je ook waste, in je neus hangen.

Dit was ook de eerste patiënt bij wie ik aan het bed stond terwijl hij stierf. Ik hield zijn hand vast. Geen oefening, geen lesboek, geen militaire instructie bereidt je echt voor op zo’n moment. Je bent er gewoon, en dat is soms alles wat je kunt doen.

Leren door te doen

Wij mochten veel handelingen uitvoeren. Soms meer dan burgerverpleegkundigen in opleiding op dat moment. Dat ging niet altijd meteen goed. Toen ik voor het eerst zelf een bloedsuiker moest prikken, maakte ik met het lancet een snijdende beweging in plaats van een prik. De patiënt, die door zijn diabetes al gevoelige en beschadigde vingers had, was daar begrijpelijk niet blij mee. Ik schaamde me rot, maar vergat de les nooit meer.

We leerden bloed afnemen, infusen prikken en patiënten verzorgen. Op urologie zag ik onderzoeken en ingrepen waarvan ik toen al wist dat ik ze liever aan de andere kant van de behandelkamer bleef bekijken.

De operatiekamer

De operatiekamer vond ik prachtig. Bij een patiënt met ernstig aangezichtsletsel zag ik hoe bot opnieuw werd gezet en gefixeerd. Tijdens een totale heupoperatie stond ik op een klein krukje over de schouder van de chirurg mee te kijken. De kop van het dijbeen werd verwijderd, een metalen prothese geplaatst en met botcement vastgezet. Ik vond het machtig interessant.

Botsen met gezag

Mijn karakter liep natuurlijk ook gewoon mee het ziekenhuis in. Ik kreeg ruzie met het hoofd van de operatieafdeling over hygiëne en steriliteit. Zij had misschien deels gelijk, maar de manier waarop het gebracht werd pikte ik niet. Ik werd van de afdeling gestuurd. Normaal had dat het einde van de opleiding kunnen betekenen, maar nadat ik mijn verhaal had gedaan mocht ik blijven.

Ook buiten de afdelingen waren we bepaald geen heiligen. Mijn maat Frans en ik waren ooit ’s avonds op een plek waar we niet mochten zijn. Toen de bewaking kwam, verdwenen we via bosjes en een andere keer zelfs via een raam en het dak. Jong, overmoedig en overtuigd dat regels vooral voor anderen waren. Het hoort net zo goed bij die periode als de lessen en de patiënten.

Terug naar Amersfoort

De rest van de opleiding vond weer in Amersfoort plaats. Daar ging het meer over specifiek militair-geneeskundige onderwerpen: gewonden verzorgen en afvoeren vanaf het slagveld, samenwerken onder moeilijke omstandigheden en hulp verlenen wanneer alles om je heen onrustig is.

Zonder het toen te beseffen legde ik hier de basis voor bijna mijn hele werkzame leven. De geneeskunde, het lesgeven en het handelen als er iets misgaat zouden steeds terugkomen.

🌐 Taal / Language