Hoofdstuk 11: Altijd weer naar boven – mijn leven met zweefvliegen

VAN PUK TOT VRIJHEID · HOOFDSTUK 11

Altijd weer naar boven

Mijn leven met zweefvliegen

Er zijn dingen die je doet omdat ze nuttig zijn. Dingen die bij je werk horen, bij je gezin of bij de verantwoordelijkheden van het leven. En dan zijn er dingen die je doet omdat ze diep vanbinnen bij je horen.

Voor mij is zweefvliegen zoiets.

Sinds 1987 is de lucht een vast onderdeel van mijn leven geworden. Niet omdat ik ooit de beste piloot wilde zijn. Niet omdat ik records moest breken. Maar omdat er boven, zodra de kabel los is en het lawaai verdwijnt, iets gebeurt wat ik nergens anders vind.

Rust. Vrijheid. En tegelijk volledige concentratie.

De eerste keren

Iedere zweefvlieger kent het moment waarop hij voor het eerst merkt dat het toestel niet zomaar naar beneden glijdt, maar juist omhoog kan. Je voelt een kleine beweging. Een vleugel komt iets omhoog. Je draait in. De variometer begint te praten.

En dan ineens stijg je. Niet door een motor, maar doordat je de lucht leert lezen.

Dat heeft me altijd gefascineerd. Je ziet wolken, zon, velden en schaduwen, maar je moet leren begrijpen wat ze betekenen. Waar stijgt de lucht? Waar zakt ze? Waar kun je naartoe en waar moet je op tijd omkeren?

Zweefvliegen is vliegen, maar ook voortdurend beslissingen nemen.

Mijn Ka 6

Een bijzondere plaats in mijn leven heeft mijn Ka 6 CR, PH-316, wedstrijdnummer 50.

Voor moderne begrippen is het geen spectaculaire machine. Geen computer vol elektronica, geen enorme glijhoek en geen cockpit die aan een straaljager doet denken. Maar juist daarin zit de charme.

Een Ka 6 vliegt eerlijk. Je voelt de lucht via de stuurknuppel, de vleugels en je zitvlak. Als je slordig vliegt, merk je het. Als je netjes vliegt, beloont het toestel je.

Voor mij is zo’n houten zweefvliegtuig meer dan techniek. Het is geschiedenis die nog steeds vliegt.

Vintage Gliding

Door de jaren heen raakte ik steeds meer betrokken bij het vliegen met oudere zweefvliegtuigen. Vintage gliding heeft iets bijzonders vooral het sociale aspect, ik zie de groep als een grote vriendelijke familie , een reizend circus wat overal waar ze ons toelaten hun kunsten laten zien 

De toestellen vertellen verhalen. Over ontwerpers, clubs, wedstrijden en piloten die vaak lang voor ons met precies dezelfde vliegtuigen boven Europa vlogen.

In 2000 vloog ik tijdens de Vintage Glider Club-rally in Tibenham met de FS-24 Phönix T, PH-949.

Jaren later zou ik diezelfde Phönix aan de andere kant van de wereld opnieuw tegenkomen, in het Australian Gliding Museum bij Parwan. Zo klein kan de zweefvliegwereld soms zijn.

Vliegen met Mélinda

Nog mooier werd het toen Mélinda deel van die wereld werd, vanaf 3 jaar ging ze al mee naar de rally’s toen ze 13 was vroeg ze me of ze mee mocht vliegen, ik vloog 2 uur met haar in een ka 7, ze was super happy en wilde meer, nu vliegt ze zelf, papa super trots.

Tijdens de Vintage Glider Club-rally van 2026 in Arnborg vloog ik onder meer in een ASK-13 met haar. Voor mij was dat bijzonder.

Je zit dan niet alleen met je dochter in een zweefvliegtuig. Je deelt iets wat al tientallen jaren een belangrijk deel van jezelf is.

Vliegen kun je uitleggen. Je kunt vertellen over snelheid, thermiek, final glide en veiligheid. Maar het gevoel is moeilijker uit te leggen. Dat moet iemand zelf ervaren.

Down Under

Australië bracht weer een heel nieuw hoofdstuk. Lake Keepit, Benalla en Geelong werden namen die niet langer alleen op een kaart stonden.

Ik vloog er met Twin Astirs, ASK-21’s, ASK-13’s en later weer eenzitters. De omstandigheden zijn anders dan in Europa. Grotere afstanden, andere luchten, andere kleuren in het landschap.

Maar zodra je thermiek vindt, is het gevoel hetzelfde. De wereld wordt klein. Je cockpit wordt je eigen stille kamer in de lucht.

Waarom ik blijf vliegen

Ik heb inmiddels meer dan vijftienhonderd uur zweefvliegen met 3600 starts/landingen achter me. Dat klinkt niet als veel, je blijft alleen current door veel te vliegen en dat zal ik doen zolang de gezondheid het toelaat.

iedere vlucht is anders. Je kunt duizend keer opstijgen en nooit precies dezelfde lucht tegenkomen.

Misschien is dat waarom ik blijf terugkomen. Zweefvliegen lijkt een beetje op het leven.

Je krijgt nooit volledige controle over de omstandigheden. Je kunt alleen leren kijken, voelen, beslissen en soms accepteren dat je ergens moet landen waar je dat niet gepland had.

En daarna? Dan sleep je het vliegtuig weer naar huis. En probeer je het opnieuw.

Hoe vaak het leven mij ook naar beneden heeft gebracht, ergens bleef altijd dat verlangen bestaan: nog één keer naar boven.

🌐 Taal / Language